Lees verder
Hoe werkt een coöperatie? Is het een achterhaald bedrijfsmodel, of juist uitermate geschikt voor de uitdagingen van de 21e eeuw? Wie kan er beter over de coöperatie vertellen dan Wiebe Draijer, ceo van Rabobank? ‘De gesprekken met mijn hoogste orgaan zijn anders dan die bij een beursbedrijf. Misschien wel intenser.’
Management Scope - Interviewer: Jurgen van Weegen | Auteur: Stefan Vermeulen

Toen Wiebe Draijer in 2014 aantrad als bestuursvoorzitter bevond Rabobank zich in de meest turbulente periode van haar bestaan. Voorganger Piet Moerland was afgetreden vanwege het Libor-schandaal. Tegelijk lag de bank onder vuur vanwege de verkoop van verlieslatende derivaten aan het midden- en kleinbedrijf en forse leningen aan het omgevallen vastgoedimperium Eurocommerce. Onder leiding van Draijer, voormalig voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, begon de bank aan een ingrijpende transformatie. Van een coöperatie met ruim 100 onafhankelijk opererende lokale banken, wilde Rabobank zichzelf heruitvinden in een meer centraal geleide organisatie. Maar wel zónder de coöperatieve basis uit het oog te verliezen. Draijer wil graag uitleggen hoe ver Rabobank nu met dat proces is en waarom het coöperatieve model juist in deze tijd nog zeer geschikt is voor zijn bank. De ontvangst op het hoofdkantoor in Utrecht is hartelijk. Draijer draagt een pak zonder das, bestelt koffie aan de counter en gaat voor naar een tafeltje in de centrale hal tussen de andere Rabo-werknemers – van overdreven hiërarchie moet hij niets hebben.

We willen het met u graag over de coöperatie als bedrijfsmodel hebben. Wat ervaart u als het belangrijkste verschil met andere modellen?

‘De coöperatie heeft veel charmes en krachten, maar tegelijk zijn er veel aandachtspunten die je in de gaten moet houden om ervoor te zorgen dat het model blijft werken. Het is een organisatievorm die een grotere betrokkenheid van klanten borgt en die op allerlei manieren een stabielere langetermijnkoers toestaat dan andere bedrijfsvormen. Maar dat is nog geen garantie voor succes. Vanaf het moment van oprichting moet je hard werken om dicht bij het wezen van die gezamenlijke gedachte te blijven, want je loopt voortdurend het risico om daarvan weg te drijven.’