Lees verder
FrieslandCampina-voorzitter Frans Keurentjes over ledenfinanciering op het online platform Nieuwe Oogst: 'De coöperatie is een sterk en modern model'. Maar het huidige systeem van ledenfinanciering van de coöperatie is aan vernieuwing toe, zodat de financiële basis van de onderneming wordt versterkt. Dit najaar praten de leden over een oplossing.
Nieuwe Oogst: Jacomien Voorhorst

Het financieringsprobleem van FrieslandCampina volgens coöperatievoorzitter Frans Keurentjes in een notendop: het eigen vermogen in de onderneming ligt rond de 37 procent, maar zou omhoog moeten om een solidere basis onder het bedrijf te leggen. Daarnaast zijn er zorgen over de samenstelling van het eigen vermogen dat voor de helft uit ledenobligaties bestaat. ‘Het zijn weliswaar achtergestelde leningen, maar er kan niet op worden afgeschreven. Externe financiers kwalificeren ze dan ook niet als zuiver eigen vermogen’, aldus Keurentjes.

Hoe lang ziet het bestuur dit al aankomen?

‘We zien al langer een onbalans tussen vraag en aanbod van vrije ledenobligaties. Er komen meer ledenobligaties vrij dan er worden gekocht. Daarom is destijds ook een liquiditeitsregeling met de Rabobank opgezet. Met de afschaffing van de melkquotering en later de komst van de fosfaatrechten is die ontwikkeling in een stroomversnelling gekomen.

‘Actieve boeren investeren niet evenredig in de eigen onderneming via ledenobligaties. Ze wenden hun inkomsten aan voor de eigen bedrijfsvoering. Door de golf van vertrekkers naar Royal A-ware is er bovendien extra vermogen uit het bedrijf gevloeid. Dat proces gaat door omdat er steeds meer boeren stoppen en hun kapitaal uit de onderneming verdwijnt.’

Wat is het probleem als je kijkt naar de huidige ledenfinanciering?

‘De ledenobligaties zitten voor een groot deel bij de oudere boeren. Die gaan vroeger of later verkopen op de interne beurs. Maar actieve melkveehouders kopen ze dus maar gedeeltelijk weer op. Ze zijn dat in ons huidige systeem ook niet verplicht. Dat leidt tot een scheefgroei in de financiering per 100 kilo melk.

‘Er zijn boeren die een aanzienlijk bedrag hebben gefinancierd, er zijn ook jonge boeren die nul euro hebben gefinancierd in de onderneming. Ze beuren wel de garantieprijs plus de contante nabetaling. Ze hebben wel de lusten, maar niet de lasten.’

Het bestuur heeft deze dilemma’s afgelopen voorjaar aan leden voorgelegd. Wat waren de reacties?

‘Die waren divers. Maar we hebben er wel een aantal hoofdlijnen uit kunnen destilleren. In grote lijnen komt het er op neer dat de overdracht van ledenobligaties moet blijven. Het systeem moet niet op slot. Overdracht van ledenobligaties tussen generaties en bedrijven moet mogelijk blijven. Leden vinden het ook een mooi systeem om kapitaal op te bouwen met een nette rentevergoeding van 3,25 cent boven Euribor rente.

‘Onze melkveehouders willen echter ook dat een deel van de winst van de onderneming via het melkgeld naar actieve leden gaat. Anders gaat dat geld naar het bejaardenhuis. En leden willen van de vrijwilligheid van het systeem af. Er moet op de een of andere manier een koppeling komen tussen geïnvesteerd kapitaal en de hoeveelheid geleverde melk.’

En nu?

‘We gaan nu kijken hoe we dit vertalen in oplossingen. Dat is niet gemakkelijk, want het moet leiden tot oplossingen die passen bij de mogelijkheden van onze boeren. De financiële positie op de bedrijven is momenteel niet rooskleurig.’