Lees verder
Dat is de conclusie van het congres dat coöperatie DELA op 19 januari jl hield ter ere van de pensionering van haar algemeen directeur Edzo Doeve. Onder begeleiding van dagvoorzitter Frénk van der Linden lieten journalist Sander Heine en wetenschappers Tine de Moor, Lucas Meijs en Arnoud Boot ieder hun licht schijn over de toekomst van solidariteit en de kracht van coöperatief ondernemen.

Binnen het coöperatief gedachtegoed moet een coöperatie de juiste balans zien te houden tussen het maatschappelijk nut van de vereniging en de continuïteit van de onderneming. Zo wil DELA in de samenleving solidariteit bevorderen en tegelijktijdig heeft de coöperatie de belangen van haar leden te dienen vanuit een duurzame bedrijfsvoering. Op korte én lange termijn. Dat vraagt naast bedrijfsmatige en organisatorische kwaliteiten ook om een stevige overtuiging die richting geeft aan de identiteit van het collectief.

Verkleinen van welvaartverschillen

Onderzoeksjournalist Sander Heijne gaf een cijfermatige analyse van de ontstane scheefgroei in Nederland. Een groeiende economie zorgt niet meer automatisch voor een hoger besteedbaar inkomen voor iedereen zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Inmiddels heeft 40% van de Nederlanders het financieel lastig. Heijne: “Als we de welvaartverschillen écht willen aanpakken, zijn er sterke collectieven nodig die zich richten op solidariteit voor de grote groep. Coöperaties zoals DELA die initiatief tonen en/of initiatieven van derden helpen opstarten totdat zij op eigen benen kunnen staan.”

Opmars van burgerinitiatieven 

Prof. dr. Tine de Moor ging in op organisatievormen gericht op het versterken van deze collectieve kracht. Zij ziet een nieuwe opmars van burgerinitiatieven met name in de zorg en op de energiemarkt als een kans. Bij coöperaties gaat het om het dienen van het belang van het individu én het collectief. De Moor geeft meerdere ontwikkelrichtingen voor DELA waaronder het groeien via meerdere kleine initiatieven en/of het groter maken van wat DELA al doet. Als derde richting noemt ze het zoeken van samenwerking met derden via allianties en netwerken. De Moor: “DELA is kampioen vooruitkijken omdat de coöperatie gewend is om te sturen op de hele lange termijn. Dat het lidmaatschap van DELA wordt doorgegeven van generatie op generatie geeft extra binding met haar leden. Inventariseer de wensen van de verschillende generaties binnen je coöperatie en betrek je leden in het beslissingsproces.”  

Organiseren van collectieve solidariteit

Prof. dr. Lucas Meijs zet de principes van directe en indirecte solidariteit uiteen. Bij directe solidariteit geven burgers vrijwillig en bepalen zelf waaraan. Bij indirecte solidariteit betalen burgers verplicht en bepaalt de meerderheid waaraan we geven. Meijs: “In tegenstelling tot wat veel mensen denken gaat het in Nederland goed met de directe solidariteit in de vorm van vrijwilligerswerk en donaties. Het is juist de indirecte, collectieve solidariteit die het zwaar heeft door onder meer een terugtredende overheid.” Volgens Meijs is een herverdeling van collectieve middelen nodig en coöperaties kunnen helpen in het organiseren van onderlinge zelfredzaamheid, met name op haalbaarheid en betaalbaarheid van initiatieven. 

Solidariteit én continuïteit

Prof. dr. Arnoud Boot buigt zich als kroonlid van de Sociaal Economische Raad (SER) en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over het aanpakken van diverse complexe maatschappelijke vraagstukken. Boot ging in op de vraag hoe solidariteit en maatschappelijke verantwoordelijkheden het functioneren van de overheid en ondernemingen in de huidige tijd bepalen: “Wat je niet wilt, zoals een zonnebloem die steeds met de zon meedraait, is dat er bij de oplossing voor maatschappelijke vraagstukken voortdurend naar de overheid wordt gekeken. De overheid moet de juiste rol aannemen die burgerinitiatieven en bedrijfsleven de juiste prikkels geeft en regie uitoefent waar nodig is.” Boot ziet een aantal factoren die de maatschappelijke bijdrage van ondernemingen belemmeren. Allereerst geeft de overheid nog teveel stem aan de gevestigde belangen. Verder kunnen bedrijven complexe vraagstukken niet zelf oplossen maar zijn daarin afhankelijk van de hele keten. Tegelijkertijd ziet hij ook afwentelgedrag doordat bedrijven zich niet naar hun missie gedragen omdat het korte termijn belang prevaleert. Hij velt geen oordeel over welke ondernemingsvorm het beste zou zijn maar stelt wel dat bij bedrijven met aandeelhouders de zaken eerder op scherp staan. Bij coöperaties en private familiebedrijven is dat minder het geval. Met het oog op de toekomst stelt Boot: “Ik zie meerwaarde in organisaties die zorgen voor kleine initiatieven gericht op lokale saamhorigheid en betrokkenheid. Tegelijkertijd is geen enkele coöperatie Moeder Teresa. Er moet op lange termijn sprake zijn van relevantie én vanuit continuïteit een financieel gezond economisch bestaansrecht.”