Lees verder
Arjen van Nuland, directeur NCR, heeft een opiniestuk geschreven voor het blad Food+Agri business over ledenbelang. Het ledenbelang is zeker bij grote coöperaties met veel verschillende soorten leden moeilijk vast te stellen. Daarom moet je eens in de circa tien jaar het gezamenlijk belang herformuleren, zodat het bestuur vervolgens gedragen besluiten kan nemen. Niet denken voor de leden, maar juist met de leden.

Ruim 70% van de Nederlandse land- en tuinbouwproducten wordt coöperatief afgezet. Vaak zijn coöperaties lokaal begonnen en uitgegroeid tot robuuste ondernemingen op landelijke of zelfs internationale schaal. Deze coöperatieve structuur heeft de agrarische sector veel gebracht. Niet alleen kon samen een vuist gemaakt worden naar handel en afnemers, maar vooral ook doordat coöperaties sectorbreed innovatie en marktontwikkeling stimuleerden.

Een paar jaar geleden liet een onderzoek in opdracht van de Europese Commissie zien dat in regio’s met een sterke coöperatieve structuur de productprijzen van de agrarisch ondernemer hoger en stabieler waren. En dat zien we ook in de praktijk: de productprijzen van Nederlandse agrarische coöperaties behoren tot de hoogste van Europa.

En toch is het niet altijd halleluja. Regelmatig geven leden aan dat ze afstand tot de coöperatie ervaren of dat ze het gevoel krijgen dat niet zij, maar de onderneming centraal staat. Ook blijken jongere generaties een andere beleving bij coöperaties te hebben.

Samen doelen bereiken

Wat is er aan de hand? De coöperatie is een vereniging van leden die gezamenlijk een bedrijf voeren. Dat doen ze omdat ze door die samenwerking doelen kunnen bereiken die ze zelf niet (in die mate) kunnen realiseren. Doelen zoals marktkracht, productontwikkeling of risicospreiding. Met andere woorden: het gezamenlijke bedrijf is het middel om het ledenbelang te dienen.

En daar zit misschien ook wel een knelpunt. Want wat is het ledenbelang? Dat is zeker bij grote coöperaties met veel verschillende soorten leden moeilijk vast te stellen. Denk aan jonge ondernemers die nog volop willen investeren, oudere ondernemers die geen opvolgers hebben of gangbare versus biologische bedrijven. En daarnaast kan sectorbreed het nodige veranderen. Denk aan veranderingen van Europese marktordeningen of nieuwe maatschappelijke eisen.

Nadruk op onderneming

Veel coöperaties hebben de afgelopen jaren sterk de nadruk gelegd op het versterken van de onderneming. Maar daarnaast is aan de ledenkant minder aandacht gegeven. Soms wordt er voor de leden gedacht of niet goed uitgelegd hoe bepaalde afwegingen gemaakt zijn. Niet uit verkeerde overwegingen, maar vaak omdat men de leden er niet mee wilde belasten, of omdat men dacht dat het onmogelijk was om van al die meningen chocolade te maken.

En coöpereren is ook lastig. Het vinden van een sterk gemeenschappelijk belang, de lange termijn nastreven zonder de korte termijn uit het oog te verliezen, onderlinge solidariteit op te brengen zonder de ondernemingsscherpte te verliezen. Zo maar wat vraagstukken waar de coöperatie voor staat. En dan is een groot en divers ledenbestand echt een uitdaging, vaak ook nog in een sector die onder druk staat.

Toch moeten we die uitdaging met elkaar aangaan. De geschiedenis leert ons dat juist in (economisch) lastige tijden samenwerking in coöperaties houvast biedt. Zonder coöperaties zouden de boeren overgeleverd zijn aan particuliere bedrijven. Die zouden meteen hun prijs verlagen, terwijl ze nu meestal worden gedwongen de prijs van de coöperatie te volgen.

Revitaliseren

En het kan ook: we zien mooie voorbeelden van coöperaties die juist nu actief met de leden zichzelf revitaliseren. Want dat is wat nu nodig is: het ledenperspectief in het vizier brengen, samen optrekken en een sterk collectief vormen.

Een belangrijke term hierbij is de coöperatieve dialoog: leden met elkaar in gesprek en met de coöperatie. Hierbij leren ze elkaars perspectief kennen, maar ook de dilemma’s waarmee de onderneming worstelt. Eens in de circa tien jaar moet je als leden van de coöperatie weer elkaar in de ogen kijken om het gezamenlijk belang te herformuleren en met elkaar in gesprek te gaan wat dat voor de samenwerking betekent. De leden blijken prima in staat om tot goede inzichten te komen, zodat het bestuur vervolgens gedragen besluiten kan nemen. Niet denken voor de leden, maar juist met de leden.

Dit is gelukkig al de praktijk bij steeds meer grote agrarische coöperaties. We zien steeds vaker dat leden al in een vroeg stadium betrokken worden bij vraagstukken om samen tot oplossingen te komen. Niet alleen weten we samen meer dan de individu, maar het zorgt ook voor meer draagvlak en voor solidariteit.

We staan aan de vooravond van weer een belangrijke fase voor coöperaties. Hierbij moet de ledenkant van de coöperatie weer versterkt worden. Dat is geen verantwoordelijkheid van het bestuur, maar van alle leden.

Samen de schouders eronder zetten. Het heeft ons geholpen in het verleden, het heeft ons gebracht waar we als sector nu mondiaal staan en het gaat ons helpen naar een perspectiefrijke toekomst. Alleen ga je misschien wel sneller, maar samen kom je verder.