Lees verder

De Coöperatie Code bestaat uit twee onderdelen: Principes en Voorschriften. De Principes zijn kenmerkend voor de coöperatieve rechtsvorm. Zij hebben betrekking op collectief ondernemerschap (de coöperatie voert een bedrijf), collectiviteit en wederkerigheid (de leden werken onderling en met de coöperatie samen hetgeen tot toegevoegde waarde leidt) en ledenbetrokkenheid. De Principes worden nader geconcretiseerd in een beperkt aantal Voorschriften. Deze Voorschriften bevatten gedragsregels of nadere bepalingen die een concretere toepassing van het Principe beschrijven. Het implementeren hiervan in de coöperatie zal de werking van en samenwerking binnen de coöperatie bevorderen.

1. Coöperatief ondernemerschap

Principes

1. De coöperatie is een vereniging met een bedrijf. Coöperatief ondernemen betekent ondernemen met en ten behoeve van de leden.

2. De coöperatie stoelt op de erkenning van een gemeenschappelijke behoefte.

3. De coöperatie richt zich op lange termijn waardecreatie.

Voorschriften

a. Bij het doel van de coöperatie staat het belang van de leden centraal. Bestuur en toezichthouder maken in de uitoefening van het bedrijf echter een afweging tussen de belangen van alle stakeholders en verantwoorden zich hierover.

b. De gemeenschappelijke behoeften kunnen zich richten op de onderlinge behoefte van leden om hun sociale en/of culturele en/of economische positie te versterken, maar kunnen ook gericht zijn op maatschappelijke waarde creatie.

c. De coöperatie zelf kent geen eigen winststreven, het bedrijf van de coöperatie dient (het belang van) de leden.

d. Eventueel surplus wordt gebruikt voor een of meerdere van de
volgende doelstellingen:
    i.  het doen van uitkeringen aan de leden;
    ii. de ondersteuning van activiteiten die de goedkeuring van de leden genieten;
    iii. het vormen van reserves, voordelen voor de leden in verhouding tot hun transacties met de coöperatie;
    iv. de ontwikkeling van de coöperatie.

e. De coöperatie bouwt vermogen op voor zover nodig is voor een gezonde bedrijfsvoering op korte en langere termijn.

f. Het bestuur stelt een uitkerings- en reserveringsbeleid vast en bespreekt dat jaarlijks met de leden in het licht van de doelstelling van de coöperatie en het strategische beleid.


2. Collectiviteit & wederkerigheid

Principes

4. De relatie tussen de leden onderling is gebaseerd op samenwerking en solidariteit.

5. De coöperatie gaat uit van de kracht van het collectief.

6. De relatie tussen de coöperatie en het lid alsmede de relatie tussen de leden onderling is gebaseerd op wederzijdse rechten en plichten.

Voorschriften

a. De coöperatie en het lid doen op substantiële wijze zaken met elkaar.

b. De coöperatie en het lid zijn transparant naar elkaar en voorzien elkaar actief van relevante en objectiveerbare informatie.

c. De ledenzeggenschap is gerelateerd aan het gebruik door de leden van de coöperatie en de mate van wederkerigheid. Ook de mate van deelname in het kapitaal kan daarbij een, zij het ondergeschikte,  rol spelen.

d. De coöperatie heeft een ledentoelatingsbeleid en is transparant op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het toelatingsbeleid.


3. Ledenbetrokkenheid

Principes

7. De coöperatie is een ledenorganisatie op democratische grondslag.

8. De mate van zeggenschap wordt door meerdere factoren bepaald, zoals de mate van gebruik door het lid van de coöperatie. Onderlinge solidariteit geldt daarbij als uitgangspunt.

9. Financiering van de coöperatie door de leden is een verschijningsvorm van wederkerigheid en/of van een sterke betrokkenheid.

Voorschriften

a. Goed coöperatief ondernemerschap veronderstelt een volwaardige deelname van leden aan de menings- en besluitvorming in afdelingen, kringen, districten, de ledenraad, en/of de algemene ledenvergadering.

b. Voor de uitoefening van het stemrecht hanteert de coöperatie het beginsel van ‘one member, one vote’ of een meervoudig stemrecht naar rato van de omvang van de transacties met het lid. Toekenning van stemrecht aan niet-gebruikende leden dient gemotiveerd te worden en beperkt te blijven.

c. De verhoudingen tussen de verschillende (besluitvormende) organen in de coöperatie zijn door checks and balances zodanig ingericht dat ieder zijn rol kan vervullen en er een gezonde spanning bestaat tussen de partijen. De coöperatie en de leden spannen zich (maximaal) in om te komen tot een goede dialoog.

d. Stemrecht is slechts één van de verschijningsvormen van zeggenschap. De zeggenschap van de leden dient te functioneren ter ondersteuning van een succesvol coöperatief ondernemerschap. Er wordt een actieve dialoog met de leden gevoerd om doelen, belangen en zorgen van de leden in beeld te hebben. Om op een constructieve manier gebruik te kunnen maken van zeggenschap dienen de leden te beschikken over de juiste relevante informatie.

e. De besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de coöperatieve onderneming, of van haar werkzaamheden, zijn aan goedkeuring van de algemene ledenvergadering / ledenraad onderworpen.

f. De coöperatie voorziet in opleiding en training voor haar leden, gekozen bestuurders en toezichthouders, managers en werknemers opdat deze optimaal kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de coöperatie.

g. De coöperatie draagt de aard en de voordelen van de coöperatieve rechtsvorm pro-actief naar buiten toe uit.

h. Het bestuur, de raad van commissarissen en de algemene ledenvergadering dragen er zorg voor dat in hun besluitvormingsprocessen in-, samen- en tegenspraak gestimuleerd en geborgd worden.

i. Besluitvorming vindt op democratische wijze plaats die ook recht doet aan minderheidsstandpunten.

j. Ledeninvloed en -zeggenschap is essentieel in de coöperatie. Afhankelijk van het besturingsmodel nemen leden ook een wezenlijke positie in bestuur en/of toezichtsorganen, behoudens andersluidende dwingende wet- en/of regelgeving. De ledendominantie die wordt vormgegeven in de algemene vergadering of ledenraad zorgt voor ledeninvloed en controle op bestuur en toezicht in de coöperatie.

k. Het bestuur en de raad van commissarissen is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen functioneren. Ieder lid van het bestuur of de raad van commissarissen dient te beschikken over de vereiste deskundigheid.

l. Het strategische beleid en de daarbij behorende financiële kaders worden door de leden bepaald dan wel worden ter goedkeuring aan de leden voorgelegd, tenzij de leden deze bevoegdheid hebben gedelegeerd aan het bestuur of de raad van commissarissen. In dat geval wordt volstaan met rekening en verantwoording aan de leden achteraf.

 


 

Wilt u alle informatie omtrent de Coöperatie Code binnen handbereik? Klik dan op onderstaande afbeelding om de folder te downloaden