Lees verder
In haar oudejaarsconference bracht Claudia de Breij diverse manieren waarop we elkaar ‘de beste wensen’ wensen. Een slapjes uitgestoken hand, een afgewend hoofd, ‘..ste wensen’ en weer door, is er één van. Herkenbaar voor wie de talrijke nieuwjaarsrecepties bezoekt. We gebruiken geen taal maar spreken een formule uit. Gedachteloos, gevoelloos, je doet er geen moeite voor. Het hoort nu eenmaal zo maar het liefst ga je aan de borrel en praat je over de actualiteit of over koetjes en kalfjes. Soms echter kijkt iemand je oprecht aan en wenst je uit de grond van haar hart ‘de beste wensen voor het nieuwe jaar’.
Wilbert van den Bosch

Wanneer we elkaar in de eerste week van januari ‘de beste wensen’ doen toekomen, wensen we elkaar feitelijk een zinvolle nieuwe tijd toe. Een tijd die we vooralsnog afbakenen op een jaar: ‘een goed nieuw jaar’, ‘een zalig nieuw jaar’, ‘een gelukkig nieuw jaar’. Die afbakening toont nog enigszins onze bescheidenheid. Een jaar vooruit kijken, is al meer dan genoeg. Daarna zien we weer verder. In de maanden voorafgaand aan ‘de beste wensen’ hebben we prognoses gemaakt. In ieder geval voor dat komende jaar. Sommigen hebben een bredere horizon, houden rekening met trends en ontwikkelingen, en stellen een meerjarenbegroting op.  De prognose is veelal bedrijfseconomisch van aard. Hoeveel coöperaties maken ook een prognose van de verenigingsdynamiek? Een coöperatie is immers een vereniging met een bedrijf. En hóe doen ze dat?

De Zweedse filosoof Martin Hägglund gaat ervan uit dat het enige dat we echt tot het onze mogen rekenen, is onze tijd van leven. De materie die we via de bedrijfseconomische prognose in kaart brengen, is slechts een noodzakelijke voorwaarde net zoals onze relaties (verenigingsdynamiek). De manier waarop we onze zakelijke activiteiten én onze relaties vormgeven, zijn bepalend voor onze kwaliteit van onze coöperaties en voor onze individuele vrijheid. Wat we doen en hoe we dat doen, is onlosmakelijk verbonden met de coöperatie die we proberen te bouwen en met het leven dat we leiden.

‘Wat zou ik eigenlijk met mijn tijd moeten doen?’ is volgens Hägglund de centrale vraag voor ieder mens en dus voor ieder lid van een coöperatie. Wat zou ik in dit nieuwe jaar voor de coöperatie kunnen doen en hóe doe ik dat dan? Hoe draagt dat bij aan de kwaliteit van mijn leven?
Net zoals mijn familie en ik niet zomaar blijven bestaan, blijft ook mijn coöperatie niet vanzelf bestaan. We moeten wat doen om de coöperatie te continueren. En niet alleen zomaar wat doen. Om aan het einde van het jaar tevreden terug te kijken, moet ik gedurende het jaar betrokken zijn bij wat ik doe en moet ik risico’s durven nemen in de activiteiten die er voor mij toe doen, denkt Hägglund.

Als de coöperatie er écht toe doet, moet ik als lid, in mijn bijdrage dus het risico durven nemen dat er iets verloren gaat: mijn populariteit, mijn imago, mijn status, mijn baantje, mijn ego. Omdat onze tijd het enige is dat écht van ons is, kunnen we ervoor kiezen om een zinvolle bijdrage te leveren.

Ik wens u privé en coöperatief een beste tijd!