Lees verder
Vandaag lanceerde de NCR, Nationale Coöperatieve Raad de Coöperatie Code 2019. Als je een kleine, startende coöperatie bent, actief met de opwekking van duurzame energie, zorg, wonen dan wel met het welzijn in wijk of dorp, wat kan of moet je er dan mee?
Ronald Korpershoek
Geen dwingend kader, maar richtinggevend

Te beginnen met het laatste: je moet niets. In de wereld van beursgenoteerde ondernemingen hebben we inmiddels heel wat updates van codes gezien, van de Commissie Peters, de Code Tabaksblat tot en met de Code Frijns. Sinds 2004 is de naleving daarvan zelfs in de wet verankerd. Volgens het principe van ‘comply or explain’ moeten beursgenoteerde ondernemingen over de naleving van de code rapporteren in hun jaarverslag.

De Coöperatie Code 2019 is inmiddels de derde versie van de NCR Code uit 2005. Het heeft veel meer het karakter van een discussiestuk, een richtinggevend kader. Zoals de code zelf stelt: ‘…het is een hulpmiddel om coöperatief ondernemerschap, ledenbetrokkenheid en collectiviteit te verbeteren’.

De NCR roept haar leden op om het niet vrijblijvend te laten zijn. Het zou goed zijn als alle NCR-leden er jaarlijks op zouden reflecteren en er over zouden rapporteren. Zoals vandaag tijdens de presentatie op De Marienwaardt werd aangekondigd: de NCR gaat de code actiever uitdragen, o.a. in cursussen. Daarnaast is het plan de NCR-leden er jaarlijks op te bevragen.

 

 

Wat biedt de code de kleine coöperatie met een lokaal, maatschappelijk doel?

In tegenstelling tot de vorige code die zich meer op de grotere coöperaties leek te richten, is deze nadrukkelijk voor iedereen bedoeld. En wat dat betreft is het zeker voor een bestuur van een lokaal, maatschappelijk initiatief van waarde om je eerste bestuursjaren eens tegen deze coöperatieve meetlat te houden.

De opbouw is prettig overzichtelijk. Er zijn negen principes uitgewerkt binnen de volgende drie thema’s:

  1. Coöperatief ondernemerschap
  2. Collectiviteit en wederkerigheid
  3. Ledenbetrokkenheid

De negen principes zijn nader uitgewerkt in een aantal ‘verplichtingen’. Dit lijkt wat haaks te staan op mijn voorgaande betoog dat het niet dwingend maar richtinggevend is. Ik denk dat je het vooral in dat laatste kader moet zien. Ik zal dit met een voorbeeld toelichten, puttende uit de ‘verplichtingen’ behorende bij de principes die mij na aan het hart liggen, de principes over ledenbetrokkenheid.

Verplichting e, stelt: “De besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke vergadering over de identiteit of het karakter van de coöperatieve onderneming, of van haar werkzaamheden, zijn aan goedkeuring van de AV of ledenraad onderhevig.” Dit lijkt vanzelfsprekend. Geregeld staat er ook wel zo iets in de statuten, al is dat vaak lang niet zo veelomvattend. Het blijft natuurlijk lastig dat ‘identiteit’, ‘karakter’ en ‘werkzaamheden’ nog veel ruimte laat voor interpretatie. Het gaat er vooral om dat je je bewust bent van deze richting. Ik heb toch diverse keren meegemaakt dat het bestuur zo druk was met uitbouw of koerswijziging, dat men helemaal vergat om daarin de leden mee te nemen. Dat kost tijd. Omgekeerd als je er tijd in steekt, levert het je later in het proces veel op, te beginnen bij draagvlak.

Voor kleinere coöperaties zou mijn advies zijn, pak de drie pagina’s met de thema’s, principes en bijbehorende ‘verplichtingen’. Loop ze een keer tijdens het bestuur langs. Een aantal daarvan ben je waarschijnlijk zo mee klaar. Pik er twee of drie uit waarover je echt met elkaar het gesprek opzoekt. Dat scherpt de geesten en maakt dat je als bestuur nog bewuster en beter het belang van je leden najaagt.