Log in Item aanvragen
In het governance onderzoek dat in 2022-2023 door NCR is uitgevoerd, is onder andere bekeken op welke wijze coöperaties hun Ledenraad laten voorzitten. Dit kan door een voorzitter uit het eigen midden (27%), een technisch voorzitter uit het bestuur (43%) of RvC (29%), of een (onafhankelijke) externe voorzitter (1%). Gebleken is dat het voorzitterschap bijna evenredig verdeeld is over drie opties, met een lichte voorkeur voor een technisch voorzitter uit het bestuur. Maar waarom zou je als coöperatie kiezen voor het ene voorzittersmodel ten opzichte van het andere? Wat zijn de voor- en nadelen van deze modellen en hoe werken ze in de praktijk? NCR sprak drie coöperaties over hun ervaringen met de verschillende voorzittersmodellen.
Martijn den Ouden
Welke bestuursmodel heeft de coöperatie en wie is de voorzitter van de ledenraad?

Herbert: Onze coöperatie (Univé) kent een zogeheten RvC+ model. In ons model heeft de Raad van Commissarissen de taak toezicht te houden op het professionele bestuur van de coöperatie (RvB). De Ledenraad heeft een klankbordfunctie aangevuld met het laatste woord over enkele beslissingen van de RvB. Deze staan in de statuten beschreven. Onze Ledenraad bestaat uit een gemêleerd gezelschap van leden uit het hele land (aangesloten vanuit de regionale Univé’s). De Ledenraad wordt voorgezeten door de voorzitter van de RvC van de coöperatie. Juist deze voorzittersrol hebben we sinds kort op een betere manier vormgegeven.