Lees verder
De melkveehouders in de dorpen van de Beemster wilden in 1901 onafhankelijk zijn van handelaren, een eigen markt creëren én meer melk verwerken tot kaas. Daarmee werd de melk langer houdbaar en kon men ook in de winter een stabiel product verkopen met een product dat een hogere prijs opleverde. “Wij zijn met zuivelonderneming CONO Kaasmakers anno 2021 een verzameling van coöperaties in Noord-Holland. Het is voor onze leden nog steeds logisch om vanuit de coöperatie te ondernemen.”

Mark Paauw, manager Verenigingszaken en melktransport van CONO legt uit waarom. “Met een coöperatie onderneem je samen. Daardoor is er meer mogelijk dan alleen.” Hij geeft een paar voorbeelden. “We bouwen -net als in 1901- aan een eigen markt. En samen investeerden we in 2014 in een nieuwe, duurzame kaasmakerij, die voldoet aan de eisen en wensen van onze leden.”

Uitgangspunten gelijk gebleven

De bestaansredenen van de coöperatie zijn na 120 jaar onveranderd. Mark: “De coöperatie zorgt voor een eerlijke verdeling van de inkomsten. Bij ons bepalen de leden hoe we de winst verdelen, een deel reserveren en weer investeren. Als we goed draaien, krijgt iedereen een goede prijs voor zijn melk. Ons bestuur, onze Commissarissen en de mensen die voor de coöperatie werken, begrijpen en houden rekening met de belangen van de leden. Besluiten nemen de leden samen. Dat vraagt om een goede voorbereiding. Het is belangrijk dat we voorstellen tijdig en goed uitleggen. Deze manier van besluitvorming kost misschien meer tijd dan in een ander type bedrijf, maar omdat we een relatief kleine coöperatie zijn, is het te overzien. Een gezamenlijk en gedragen besluit blijft het uitgangspunt.”

Lokaal maken en wereldwijd verkopen

CONO Kaasmakers is nog steeds een regionaal gerichte coöperatie. “We hebben één productielocatie en verkopen onze kaas wereldwijd. Ons productieproces is gericht op kwaliteit. Kwaliteit staat voorop. Dat is niet per se hyper efficiënt en we hebben ook niet de laagste kostprijs. Dat hoeft ook niet. Wel hebben we de mogelijkheid om duidelijke keuzes te maken en creëerden we een eigen nichemarkt. Dat betekent ook dat het niet zo makkelijk is om uit te stappen. Het is de meerderheid die bepaalt. Dat is voor sommige leden lastig. Tegelijkertijd bieden we via en met de coöperatie de mogelijkheid te investeren in vakmanschap en premium kwaliteit kaas. We hebben een hele duidelijke focus en lange termijnstrategie. Dat biedt rust en continuïteit. Zeker in combinatie met een duidelijke en stabiele markt en een sterk merk. We vragen daarmee wat extra’s van onze leden, maar dat levert de leden ook extra’s op.”

Jongeren College

De coöperatie introduceerde bijvoorbeeld het Jongeren College. “We bieden twaalf jonge melkveehouders daarmee de gelegenheid om vier jaar mee te draaien in dit college. Zij leren daarbij andere dingen dan op school of binnen hun eigen bedrijf. Zo schuiven ze regelmatig aan tafel bij de voorzitter en directie en onze sales afdeling deelt hun kennis en ervaring met deze ambitieuze melkveehouders. Dat levert deze jongeren én de medewerkers van de coöperatie nieuwe inzichten en andere perspectieven op. Zo zie je mensen en de coöperatie groeien. Dat is iets om trots op te zijn.”