Lees verder
NCR voor Coöperatief Nederland heeft de governancecode aangepast. De vorige code was te veel gericht op grote coöperaties en te rule-based. De nieuwe code is gebaseerd op principes en voorschriften en voor kleine en grote coöperaties. Niet bindend, maar ook niet vrijblijvend. Een interview met NCR-directeur Arjen van Nuland over de Coöperatie Code 2019, over het wezen van de code en de coöperatie.
Ronald Buitenhuis, Uit: Governance Update

Vereniging NCR noemt zichzelf het ‘Huis van de coöperatie’. Het centrum van het debat over coöperatief ondernemen in Nederland. De plek waar visievorming en inspiratie plaatsvindt en waar coöperaties elkaar ontmoeten en van elkaar leren.

Arjen van Nuland: voor wie is de NCR eigenlijk? Coöperaties heb je van broodfonds en ZZP’ers tot aan multinational als FrieslandCampina en Rabobank… Die verschillen zijn groot.

Arjen van Nuland: ‘Vroeger waren het vooral agrarische georiënteerde bedrijven die als coöperaties bij ons waren aangesloten. Denk aan de Rabobank en FrieslandCampina. Nu hebben we 120 leden, van klein tot groot. Negentig procent van de coöperatieve omzet in Nederland is bij ons aangesloten. Kleine broodfondsen, ZZP’ers, zorgbedrijven, woningbouw en energiecoöperaties. Niet als allemaal zelfstandige leden, maar vaak via een koepel. Onze taken zijn: kenniscentrum zijn rond het coöperatief gedachtegoed, platform zijn voor netwerken én belangenbehartiging. Het opstellen van een Code is één van onze activiteiten.’

Is de coöperatie nog wel van deze tijd?

‘Steeds meer. Het aantal coöperaties is de laatste tien jaar tijd in Nederland verdubbeld. Er is eigenlijk sprake van een derde golf. In de Middeleeuwen kwamen de coöperaties op (gilden, waterschappen etc), de tweede golf kwam eind negentiende eeuw met coöperaties van boeren,  banken, vakbonden en agrarische verzekeraars. Nu zie je dat er meer coöperaties komen als gevolg van het verschuiven van het Angelsaksisch naar het Rijnlands denken: meer geënt op de lange termijn. Daar past juist het coöperatieve denken bij. Ook ontstaan nu veel coöperaties als reactie op de afbouw van de verzorgingsstaat. Coöperaties vertegenwoordigen eenvijfde van de totale Nederlandse economie; achttien procent van het BBP. We doen ertoe. Met name de laatste zeven jaar is de NCR gegroeid met veel nieuwe, ook kleinere leden (al dan niet als koepel). Onder het motto: alleen ga je sneller, samen kom je verder.’

De NCR heeft een nieuwe coöperatiecode geschreven. De vierde in twintig jaar tijd. Wat is er nieuw?

‘De eerste dateerde uit 2005, daarna herzieningen in 2009 en 2015. Deze codes waren vooral rule-based. Regels waren leidend. Afvinklijsten. Deze nieuwe code is veel meer principle- based. Het gaat niet om afvinken of je ergens aan hebt voldaan, het is een document waarmee leden veel beter kunnen discussiëren over de echte waarden van een coöperatie. De Code heeft als doel om bij te dragen aan verbetering van het coöperatief ondernemerschap, ledenbetrokkenheid en collectiviteit. Het is ook meer voor alle coöperaties, niet alleen de grote, ook de kleine coöperaties.’

Als je de Code 2019 leest, is dan de conclusie: hier ligt een document dat het wezen van een coöperatie weergeeft?

‘Ik denk dat dat klopt. We hebben opgeschreven wat een coöperatie in de diepste betekenis zou moeten zijn. Coöperaties zijn totaal anders dan kapitaalbedrijven en kennen dus andere uitgangspunten. Een commissie van tien heeft voor de nieuwe Code negen basisprincipes voor een coöperatie vastgesteld en daar een reeks aan voorschriften aan gekoppeld. Een basisprincipe is bijvoorbeeld: een coöperatie richt zich op de lange termijn. Een voorschrift is dan: bij een coöperatie staat het belang van de leden centraal. Ander principe: de coöperatie gaat uit van de kracht van het collectief. Het voorschrift is dan: we zijn transparant naar elkaar en geven elkaar relevante informatie.’

Er is ook nog een derde poot: Uitwerkingen…

De Uitwerkingen zijn bedoeld als leidraad, ter inspiratie. Als handvatten, als good practices, ter ondersteuning van de coöperatie. Voorbeeld: wanneer is het goed om te werken met een externe voorzitter van een ledenraad (ja of nee)? Hoe lang moet een zittingstermijn van een college zijn? In welke mate moet je wel zelfbesturing door leden willen? Moeten er externen in het bestuur? We geven de coöperaties in de Uitwerkingen handvatten voor de inrichting van hun besturingsmodel. Tal van vragen waarover we informatie bieden zodat coöperaties en leden houvast hebben om met elkaar in dialoog te gaan.’

De code is niet bindend, ook niet vrijblijvend. Wat is het belang dan van zo’n code?

‘Zo’n code helpt enerzijds bij de uitvoering van je coöperatieve identiteit. Hoe richt je nu alles goed in, binnen de “wetten” van coöperatief  gedachtegoed? Daarnaast helpt een code om je identiteit naar buiten uit te dragen. We vragen wel één keer per jaar aan onze leden op welke wijze ze zich aan de regels van de Code hebben gehouden. ’

Zijn de grote coöperaties er daarbij om de kleintjes te helpen, of hebben ze zelf ook zo’n code nodig?

‘Het is voor iedereen goed. Grote coöperaties verschillen soms enorm van elkaar. Leden van Friesland Campina zitten heel dicht als boer op het proces van de fabriek. Een lid van een zorgverzekeraarscoöperatie staat veel verder van zo’n bedrijf af. En toch hebben ze allebei er belang bij om leden te betrekken. De code en de kennis rondom coöperaties is zinvol voor alle partijen. Samen dragen we het nut van de coöperatie uit.’

Nu hebben nogal wat sectoren al hun eigen codes. Denk aan banken, woningbouw, zorg…. Is dit voor hen on-top-of? Nog een code erbij?

‘Ik denk dat ze dat gevoel met de oude codes van de NCR wel een beetje hadden. Omdat die rule-based waren. Afvinken. Dit is een ander document. Alles wat in verplichte codes staat, staat ook niet in onze coöperatieve code. Soms botst het ook. Neem de zorg. Daar mag een RvC niet uit leden bestaan. Dat druist natuurlijk totaal in tegen het wezen van de coöperatie. Deze code gebruiken we dan weer om met de Code Zorg in gesprek te gaan, dat als die zorgcode weer eens wordt veranderd, wij input kunnen geven van hoe het ook anders kan. Onze code moet veel meer inspireren en richting geven dan regels afvinken. We geven hulpmiddelen om aan je identiteit te werken. De codes zijn mede tot stand gekomen op verzoek van de grote coöperaties in ons land.’

Hoe verhoudt de Code Coöperaties 2019 zich tot bijvoorbeeld een Code Corporate Governance?

‘Dat is wel grappig. Ik denk dat de Corporate Governance Code onze kant is opgeschoven, de kant van de coöperaties. Ons land wordt steeds meer Rijnlands en minder Angelsaksisch. Meer gericht op de lange termijn. Dat zie je ook terug in de laatste Code van Jaap van Manen. Daar is veel meer aandacht voor de long term en zaken als cultuur. Dat sluit naadloos aan op waar wij als coöperaties voor staan. De Code Coöperaties is een stuk om met elkaar in discussie te gaan. We zijn wezenlijk anders dan een kapitaalvennootschap en het is goed om dat ook vast te leggen in een eigen code.’


Dit interview is afkomstig uit GU2019okt, een uitgave van Nationaal Register.

Klik hier om het originele artikel te lezen.