Lees verder
Een zeer belangrijk onderdeel van de coöperatieve dialoog bestaat uit het contact met de leden. Goed coöperatief ondernemerschap veronderstelt dat het bestuur/ de directie een juist beeld heeft van hetgeen leeft bij haar achterban. Dit wordt formeel vormgegeven door middel van een algemene ledenvergadering of ledenraad. We spreken dan over zeggenschap. Daarnaast maken sommige coöperaties ook gebruik van informele overlegstructuren. De op die wijze verkregen input kan zorgen voor een grotere groep betrokken leden, een betere kwaliteit van besluitvorming en meer draagvlak voor genomen besluiten.
Marijke Flamman

Waarom was er behoefte aan gestructureerde informele ledeninvloed?

“De Coöperatieraad houdt het bestuur scherp, en vraagt geregeld om uit te leggen op welke wijze een bepaald voorstel of bepaalde strategie bijdraagt aan de belangen van de leden”

Anton Oostveen

Anton: In het verleden bestond het bestuur van Boer en Zorg uit 9 leden, afkomstig uit alle 9 regio’s. Toen er voor werd gekozen om verder te gaan met een kleiner bestuur waarvan maar 3 leden zorgboer waren, is gezocht naar een gremium om de feeling met de zorgboeren in de diverse regio’s te behouden. In de Coöperatieraad zijn nu alle regio’s van de coöperatie vertegenwoordigd. De Coöperatieraad houdt het bestuur scherp, en vraagt geregeld om uit te leggen op welke wijze een bepaald voorstel of bepaalde strategie bijdraagt aan de belangen van de leden. Dit zorgt bij het bestuur voor een continue bewustzijn van de vraag wat het effect van het beleid is voor de leden.

Wim: Met ruim 500 winkels die onderling redelijk divers zijn, is het zowel voor het hoofdkantoor als voor de winkels erg wenselijk als bepaalde ideeën, strategieën of voornemens worden getoetst bij de leden. Vroeger hield de winkelierscommissie van Primera zich meer met de productvoering bezig. Dan mochten we stemmen of we liever een rode of een gele aansteker wilden hebben in ons assortiment. Tegenwoordig wordt onze mening meer over commerciële aspecten gevraagd. Bijvoorbeeld of we een bepaalde actie of samenwerking zien zitten, of we op tv reclame moeten maken en wat dat mag kosten. In de winkelierscommissie zijn de 11 districten met elk 1 lid vertegenwoordigd.

Rob: CZAV kent circa 3100 leden. Landelijk is het een trend dat het aantal jonge boeren afneemt. De technische ontwikkeling in de landbouw gaat erg snel. Jonge boeren hebben hier doorgaans beduidend meer kennis van, en staan ook open voor de ontwikkelingen. Dit alles maakt dat CZAV er aan hecht om juist deze groep een stem te geven.

Hoe overleggen jullie?

“Als Jongerenraad geven we de directie gevraagd en ongevraagd advies”

Rob Luysterburg

Rob: Samen met onze Jongerenraadbegeleider stellen we een jaarprogramma op dat loopt van november tot en met maart. In die periode komen we een paar keer bijeen, daarbij is dan ook een lid van de Raad van Commissarissen en vaak ook een directielid aanwezig. Tijdens deze vergaderingen bespreken we wat er speelt. Iedereen kan vrij spreken, niemand wordt ergens op afgerekend. Samen met de andere formele coöperatie-organen hebben we daarnaast nog een jaarlijkse coöperatie-avond. Als Jongerenraad geven we de directie gevraagd en ongevraagd advies.

Anton: Het hoofdkantoor plant 5 à 6 bijeenkomsten per jaar in, de agenda wordt in samenspraak met de secretaris of voorzitter van de Coöperatieraad opgesteld. Vanuit het bestuur schuift altijd iemand aan, vaak in de persoon van de directeur/bestuurder. Hoewel je een bepaalde regio vertegenwoordigt, heb je zitting zonder last of ruggenspraak. Het is wel zaak om te weten wat er leeft in je regio, daarom zijn er jaarlijks twee regiobijeenkomsten. Vanuit de coöperatie word je hierin ondersteund door de regiocoördinator.

Wim: De winkeliers uit mijn district kunnen vragen bij mij indienen. Deze kan ik dan voorleggen aan de winkelierscommissie. Zo Wim: “Het is zowel voor het hoofdkantoor als voor de 500 winkels erg wenselijk als bepaalde ideeën, strategieën of voornemens worden getoetst bij de leden” Rob: “Als Jongerenraad geven we de directie gevraagd en ongevraagd advies” kreeg ik onlangs de vraag of het minimum orderbedrag omlaag zou kunnen.

Hebben jullie in de praktijk ook echt invloed?

“Het is zowel voor het hoofdkantoor als voor de 500 winkels erg wenselijk als bepaalde ideeën, strategieën of voornemens worden getoetst bij de leden”

Wim Versteegh

Anton: Jazeker. In de sector landbouw & zorg zie je bijvoorbeeld de laatste jaren een verschuiving naar de zorg. Agrarische bedrijven worden soms gedwongen te kiezen voor ofwel schaalvergroting ofwel schaalverbreding. Een klassieke combinatie in geval van schaalverbreding is de combinatie landbouw en zorg. Vanwege financiering van de Zorg in Natura kwam de vraag naar een formeel samenwerkingsverband; de huidige coöperatie. Nu zien we dat de coöperatie vaker aanvragen tot lidmaatschap krijgt van ondernemingen die niets meer met de agrarische tak van doen hebben. Ze verlenen uitsluitend zorgdiensten of combineren de zorgdiensten met een andere tak. Aan de Coöperatieraad van Boer en Zorg is toen de vraag voorgelegd: Wie willen we als onze leden? Het bureau neigde er naar om de groene component vrijblijvend te maken. Wij hebben als Coöperatieraad aangegeven dat deze voorwaarde dwingender zou moeten zijn. Dit is door het bestuur overgenomen.

Wim: In 2017 hebben we vanuit Primera een actie gehad waarbij de consument bij een besteding van 10 euro aan bepaalde wenskaarten een cadeaucheque ontving. In de winkelierscommissie is geëvalueerd of de actie een succes was en voor herhaling vatbaar was. Hier wordt door het hoofdkantoor echt naar geluisterd, als de winkelierscommissie negatief oordeelt gaat de actie niet door. Ook zijn we geraadpleegd inzake het voornemen de dienstverlening van Primera uit te breiden met het repareren van mobiele telefoons. Omdat de winkelierscommissie hier vrij kritisch tegenover stond, is besloten deze dienst eerst uitgebreider te testen. Al snel bleek dat de markt verzadigd was omdat er een andere grote aanbieder was met het concept “Klaar terwijl u wacht”. Dit konden wij op dat moment niet bieden, daarom is het plan niet uitgevoerd.

Rob: Een goed voorbeeld is de bestelapp. De Jongerenraad van CZAV heeft het initiatief genomen om te vragen om een app waarmee bedrijfsmiddelen besteld konden worden. Voorheen moesten we een bestelling telefonisch plaatsen, daarna konden we dat via internet doen. Als Jongerenraad hebben we kenbaar gemaakt dat het makkelijker is als het plaatsen van een order via het mobieltje kon gebeuren. Deze app is vervolgens inderdaad ontwikkeld en in 2017 gerealiseerd. Het is wel een feit dat wij als Jongerenraad een beperktere invloed hebben binnen onze coöperatie dan bijvoorbeeld de winkelierscommissie binnen Primera. Ook te verklaren want we vertegenwoordigen maar een bepaald deel van de leden; zelf zijn we vanaf ons 30e niet meer benoembaar binnen de Jongerenraad.

Hoe ben jij in deze functie terecht gekomen?

Wim: Ik heb als gast diverse malen een bijeenkomst van de winkelierscommissie bijgewoond. Hier heb ik van me laten horen. Toen er een vacature ontstond ben ik gevraagd. Een echt profiel voor de functie bestaat niet, wel is het van belang dat je in staat bent je mening te geven en je de belangen kunt behartigen van de winkeliers uit je eigen regio.

Anton: Bij de inkrimping van het bestuur van Boer en Zorg ontstond behoefte aan negen leden afkomstig uit de negen regio’s. In de ALV werd een oproep gedaan. Ik heb me in de vergadering beschikbaar gesteld omdat het me duidelijk was dat ik op deze wijze vanuit de luwte de coöperatie kon leren kennen, en de materie interessant was. Het enige harde selectiecriterium was dat de leden in de regio de voordracht ondersteunden.

Rob: Ik ben al op mijn 18e  jaar gevraagd voor de Jongerenraad. Als jonge enthousiaste boer ben ik overal goed zichtbaar geweest, en heb ik zitting gehad in meerdere besturen. Voor mij is belangrijk dat ik wat kan betekenen en dat de functie me wat biedt qua ontwikkeling.

Heb je nog tips om de informele invloed vanuit de leden te versterken?

Anton: Voor informele invloed is scherpte op toegevoegde waarde een sterk argument.

Rob: De kracht van CZAV is dat er bijzonder korte en directe lijnen zijn tussen de coöperatie (tot en met de directie) en de leden. Ondanks het feit dat we met 3100 leden zijn voel ik geen afstand tot de coöperatie. Mijn tip: Houd de lijnen tussen directie en leden kort en zorg dat je als coöperatie toegankelijk bent en blijft voor je leden.

Wim: Ik sluit me hierbij aan. Vanuit de gedachte van korte lijnen hecht onze directie er ook aan om zoveel mogelijk aanwezig te zijn bij bijeenkomsten van de winkelierscommissie.