Lees verder
Hoe functioneert een coöperatie en met welke uitdagingen krijgen toezichthouders te maken? Drie commissarissen vertellen over toezichthouden op een model dat de toekomst heeft. ‘Er zijn veel verschillende belangen en iedereen op één lijn krijgen is onmogelijk.’
Management Scope - Interviewer: Marc-Jan Reumers | Auteur: Stefan Vermeulen

Het uitzicht vanuit de kantoortoren van bloemenveiling Royal FloraHolland in Naaldwijk is indrukwekkend: kassen zo ver het oog reikt. Commissarissen Petri Hofsté (Achmea, Rabobank) en Ben van der Veer (Koninklijke FrieslandCampina) zijn voor dit rondetafelgesprek naar het Westland gereden. Jack Goossens is hier thuis. Hij fungeert vandaag als gastheer: Goossens runt een kwekersbedrijf en is sinds drie jaar voorzitter van de raad van commissarissen (rvc) van Royal FloraHolland. Wat de drie bindt, is dat hun kennis over hoe coöperaties functioneren – wat ze sterk maakt en wat juist moeilijk is.

Het functioneren van coöperaties, daar gaat het tijdens dit rondetafelgesprek over. Hoe ervaart u dat in uw rol als commissaris?
Hofsté gooit maar meteen de knuppel in het hoenderhok. Coöperaties zijn natúúrlijk anders dan ‘gewone’ bedrijven, zegt ze, maar ook weer niet zó anders. ‘Bij Rabobank en Achmea zie je aan alles dat het coöperaties zijn. Aan de medewerkers, de bedrijfsvoering, hoe men met vernieuwing van producten omgaat, welke maatschappelijke problemen er worden aangepakt. Maar tegelijk is het coöperatieve model geen excuus om niet ook gewoon een fatsoenlijk rendement te maken voor de leden.’
Van der Veer: ‘Bij FrieslandCampina merk je de coöperatieve gedachte echt in de bedrijfsvoering. Alle melk die de melkveehouders en dus de leden produceren, moet bijvoorbeeld door de coöperatie worden afgenomen. In de governance zijn bedrijfsvoering, directie en rvc formeel strikt gescheiden, toch zie je dat het coöperatieve gedachtegoed overal doorheen loopt. Er is veel meer verbondenheid van de leden met de organisatie, dat is een belangrijk verschil.’
Goossens: ‘Ik vind het lastig om alle coöperaties over één kam te scheren, want er zijn veel verschillende vormen. Ik denk wel dat het referentiekader altijd hetzelfde is: je bent die coöperatie ooit begonnen om samen iets te bereiken. Het is inderdaad zo dat je gewoon een gezond bedrijf moet kunnen draaien. Maar winst is niet de primaire doelstelling van de coöperatie.’

Klik hier om het complete interview te lezen.


Dit rondetafelgesprek is gepubliceerd in Management Scope 01 2020