De Top 100 van Nederlandse coöperaties en onderlingen

Wat zijn de grootste coöperaties en onderlingen van Nederland? In welke sectoren hebben ze hun activiteiten en hoe groot is hun achterban? In de Nederlandse Coöperatie Top 100 zijn de grootste coöperaties en onderlingen gerangschikt op basis van omzetten in 2016.

De 100 coöperatieve ondernemingen hebben samen een omzet van ruim € 107 miljard. Achmea voert de Top 100 aan met de hoogste omzet (€ 19,5 miljard) en het grootste aantal leden (10 miljoen). Rabobank is de nummer twee in omzet, FrieslandCampina staat op drie en de verzekeringsmaatschappijen VGZ en CZ groep completeren de Top 5.
Deze 100 ondernemingen uit de coöperatieve sector bieden werkgelegenheid aan ruim 140.000 FTE. Rabobank is veruit de grootste werkgever met ruim 45.500 FTE en heeft dubbel zo veel medewerkers als de nummer twee, zuivelonderneming FrieslandCampina.
De meeste coöperaties in de Top 100 zijn actief in de agrarische sector. Dit omvat de land- en tuinbouw maar ook de bosbouw – hier niet vertegenwoordigd – en de visserij. Van oudsher zijn coöperaties sterk vertegenwoordigd in deze sector en in de verzekeringsbranche.
De Top 100 verandert onder meer door het ontstaan van nieuwe coöperatieve samenwerkingsverbanden en fusies. Twee coöperaties die in een volgende editie van de Top 100 zullen ontbreken vanwege een fusie zijn CSV COVAS en AB Brabant.

Ledenachterban
De Top 100 van coöperaties en onderlingen telt samen meer dan 30 miljoen lidmaatschappen. Vooral de grote verzekeringsmaatschappijen hebben veel leden; de meeste Nederlanders hebben immers een zorgverzekering. Achmea, Coöperatie VGZ, DELA, CZ groep en Menzis hebben het grootste ledenbestand. Het ledenaantal is overigens niet van alle verzekeraars beschikbaar; in dat geval is het aantal polishouders een indicatie. De Top 100 omvat ook coöperaties met een bescheiden aantal leden. Superunie verzorgt bijvoorbeeld de inkoop voor 13 onafhankelijke retailorganisaties. Wigo4it is de coöperatie van de sociale diensten van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht op het gebied van informatievoorziening. Dit illustreert op een mooie manier de flexibiliteit en diversiteit van het coöperatieve model.
We onderscheiden, zoals de voorbeelden al schetsen, verschillende typen leden. Dat kunnen ondernemers/ondernemingen zijn, consumenten/burgers, medewerkers, organisaties of overheden. Bij een coöperatie die meerdere typen leden in de achterban verenigt, spreken we van een multistakeholdercoöperatie. Zo zijn bij Coop Supermarkten zowel ondernemers als consumenten lid van de coöperatie. Het grootste deel van de coöperaties in de Top 100 heeft aangesloten ondernemers, en dat varieert van opticiens, bakkers, binnenvaartschippers en tuinders tot autoschadeherstelbedrijven.

Samenstelling
De Top 100 omvat de grootste coöperaties en onderlingen naar netto-omzet. De ranglijst is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekeningen 2016, of in geval van gebroken boekjaren op de jaarrekeningen 2015/2016. Daarbij is gebruik gemaakt van publiek beschikbare data en gegevens die van de coöperatieve ondernemingen zelf afkomstig zijn. Dit heeft tot gevolg dat het overzicht niet compleet is; niet alle coöperaties hebben hun jaarverslagen online gepubliceerd of wilden de gegevens verstrekken.
Voor de meeste coöperatieve ondernemingen is, indien gespecificeerd, de netto-omzet weergegeven in de lijst; bij verzekeringsmaatschappijen is in de meeste gevallen omwille van de vergelijkbaarheid het bruto premie-inkomen vermeld.
De lijst bevat niet de statutaire namen van de coöperaties maar de namen van de ondernemingen. De Top 100 geeft een indruk van de variatie en impact van de coöperatieve sector. De coöperaties en onderlingen zijn in eerste instantie van wezenlijk belang voor hun leden, maar hebben ook een maatschappelijk en economisch belang.
De Top 100 van coöperaties en onderlingen is opgenomen in het decembernummer van de NCR-uitgave Coöperatie.

13 december 2017